Skip to main content

Alain Maron stuurt als voorzitter van de Nationale Klimaatconferentie het dossier door naar het overlegcomité om vooruitgang te boeken. Dat doet hij gezien de zwakte van de klimaatambities en -acties van Vlaanderen ten opzichte van de Europese doelstellingen die België moet bereiken in het kader van Fit for 55, die zelf een adequaat beleid voert ten opzichte van onze verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs, en gezien de nieuwe institutionele en financiële vereisten van Vlaanderen inzake het energie- en klimaatbeleid.

 

Sinds 1 januari 2023 is Alain Maron voorzitter van de Nationale Klimaatcommissie (NKC). Het is in die hoedanigheid dat hij in juli heeft vastgesteld dat het ontwerp van het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) niet voldeed aan de bindende doelstellingen, omdat de Vlaamse ambities te laag waren en de maatregelen te zwak. Er is toen beslist om het Belgische ontwerp van het Plan niet voor te leggen aan de EU en voorgesteld om de besprekingen over de evenwichtige verdeling van de bindende doelstellingen en inkomsten uit de emissiehandel met de verschillende entiteiten voort te zetten, de zogenaamde onderhandelingen in het kader van het spreiden van de lasten (“burden sharing”).

 

Ter herinnering is het jaar 2023 een belangrijk jaar, omdat België dan een ontwerp van de actualisering van het NEKP moet indienen, dat moet voldoen aan de nieuwe Europese doelstellingen (inzake klimaat en energie). Met het Fit for 55-pakket heeft de Europese Unie namelijk het ambitieniveau op heel wat gebieden verhoogd: vermindering van de broeikasgasemissies, productie van hernieuwbare energie, afschaffing van voertuigen met een verbrandingsmotor, enz. België moet de broeikasgasemissies tegen 2030 dus met 47% verminderen (ten opzichte van 2005) in de sectoren van de gebouwen, het vervoer en de landbouw (niet-ETS). In hun respectieve bijdrage hebben het Brussels Gewest en Wallonië zich ertoe verbonden om te streven naar een vermindering van de uitstoot met 47%, terwijl de federale regering zich ertoe heeft verbonden om bijkomende maatregelen te nemen om de gewesten te ondersteunen. Vlaanderen daarentegen heeft een veel lagere doelstelling en streeft naar een vermindering van die emissies met maximaal 40%, wat zich vertaalt in een reductietekort van 13,7 Mt CO2 in 2030. Dat houdt een potentiële kostprijs in van meer dan 1,2 miljard euro om de in de Europese regelgeving voorziene flexibiliteit aan te kopen in het geval van een tekort.

 

Op maandag 23 oktober zijn de verschillende Belgische ministers van Klimaat en Energie samengekomen en er moet worden vastgesteld dat, ondanks het harde werk van de laatste maanden, de ambities van het Vlaams Gewest nog steeds ontoereikend zijn om het hoofd te bieden aan de klimaatuitdagingen en om te voldoen aan de doelstellingen die de Europese Commissie voor België heeft vastgelegd. Bovendien herhaalt Vlaanderen zijn principieel bezwaar tegen het behalen van de doelstelling van -47%, die nochtans bindend is. Een principe van financiële responsabilisering voor de entiteiten wordt wel aanvaard door Vlaanderen. In het kader van die besprekingen vraagt Vlaanderen ook een volledige regionalisering van de energiebelasting in het kader van de implementatie van het nieuwe ETS[1], het ETS voor gebouwen en vervoer, wat voor de andere entiteiten onaanvaardbaar is.

 

Alain Maron: “Investeren in duurzame en koolstofvrije mobiliteit, in de energierenovatie van gebouwen en hernieuwbare energie, zodat we morgen onze huizen kunnen verwarmen en ons vlot kunnen verplaatsen zonder onbetaalbare facturen te moeten betalen, zonder de lucht die we inademen te vervuilen en zonder onze gezondheid in gevaar te brengen, is vandaag essentieel. Gezien de verschillende standpunten die Vlaanderen heeft aangenomen, heb ik beslist om het dossier door te sturen naar het overlegcomité.”

 

De documenten met de beslissingen en kennisgevingen die aan het overlegcomité zijn voorgelegd, bevatten de volgende richtsnoeren om vooruitgang in de richting van een akkoord te kunnen boeken:

  • België is wel degelijk van plan om in het kader van het NEKP de toegewezen Europese doelstellingen in fine te bereiken.
  • Er werd een intra-Belgisch mechanisme voor financiële responsabilisering opgezet, zodat de financiële last van het niet bereiken van de doelstellingen gedragen wordt door de verantwoordelijke entiteit of entiteiten. Er dient opgemerkt te worden dat Wallonië en Brussel expliciet weigeren een financiële verantwoordelijkheid op zich te nemen als ze de doelstelling van -47% wel bereiken.
  • De verdeling van de middelen van het bestaande ETS (ETS 1) wordt niet gewijzigd en de middelen van 2023 en 2024 worden vrijgemaakt ten gunste van de verschillende entiteiten, om hen te helpen bij de uitvoering van een doeltreffend beleid ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.
  • Wat het toekomstige ETS voor gebouwen en mobiliteit (ETS 2) betreft, wordt er voorgesteld om een onderhandelingsronde te starten met als uiteindelijk doel het sluiten van een samenwerkingsakkoord tussen de entiteiten om zowel de inningskwesties vanuit de federale bevoegdheid als de vergoeding van de verschillende entiteiten (de federale overheid en de gewesten) te regelen. Er moet worden opgemerkt dat de federale overheid zou willen dat het ETS 2 wordt geïmplementeerd zonder enige verhoging van de globale fiscale last en dat de middelen die door dit nieuwe ETS worden gegenereerd daarom rechtstreeks aan de burgers moeten worden betaald (systeem van de klimaatbonus).

[1] Het emissiehandelssysteem van de EU (EU-ETS) is het voornaamste EU-instrument om broeikasgasemissies te beperken. De hervorming van het systeem is onderdeel van het Fit for 55-pakket – een reeks voorstellen om de klimaat-, energie- en vervoers­wetgeving van de EU aan te passen aan de doelstelling om in 2030 de netto-uitstoot van broeikasgassen met ten minste 55% verminderd te hebben en in 2050 klimaatneutraal te zijn.

https://www.consilium.europa.eu/nl/infographics/fit-for-55-eu-emissions-trading-system/