De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft haar ontwerp van aangepaste begroting 2020 en van initiële begroting 2021 bij het parlement ingediend. Dit biedt de gelegenheid om een stand van zaken op te maken van de omvangrijke bijkomende middelen die zijn vrijgemaakt om de welzijns- en gezondheidssectoren en hun personeel, die in de frontlinie staan tijdens deze ongeziene crisis, te ondersteunen. Deze middelen zijn onontbeerlijk en zullen, indien nodig, verder uitgebreid worden om alle Brusselaars en de werknemers van deze sectoren te beschermen.

Ter herinnering: het gewest heeft om het hoofd te bieden aan de eerste golf tijdens de lente en de zomer meer dan 60 miljoen euro extra ter beschikking gesteld om de welzijns- en gezondheidsactoren en de preventie te ondersteunen:

–         bijna 30 miljoen euro steun voor de “non-profitsector” om tegemoet te komen aan de specifieke noden in het kader van de COVID-crisis (waaronder beschermingsmateriaal en versterking op het terrein) en om het inkomstenverlies van de actoren te compenseren;

–         bijna 23 miljoen euro voor preventiebeleid: versterking van de voedselhulp, strijd tegen intrafamiliaal geweld, opvangcapaciteit van daklozen, hulplijnen, meer steun voor de actoren rond palliatieve zorg, quarantaine-structuren, beschermingsmateriaal voor de sectoren, contact tracing (voor dat laatste alleen al 10 miljoen euro);

–         8 miljoen specifiek voor ‘eentalige’ erkende operatoren van de Franse Gemeenschaps-commissie of de VGC: strijd tegen de digitale kloof en schoolverzuim bij jongeren, versterking van de sociale cohesie en de geestelijke gezondheid, evenals van de algemene maatschappelijke hulp, enz.

Deze noodmaatregelen voor 2020 werden aangevuld met nieuwe maatregelen, die in 2020 en 2021 worden genomen voor een totaalbedrag van 65 miljoen euro.  Deze omvatten:

–       massale extra steun voor de rusthuizen zodat, ondanks de daling van het aantal bewoners, de werkgelegenheid en de begeleiding behouden worden;

–        steun voor de ziekenhuizen zodat ze hun infrastructuur kunnen aanpassen om het coronavirus aan te pakken;

–        een gewestelijke strategie betreffende het recht op voeding (samen met de OCMW’s);

–        de uitwerking en uitvoering van een gewestelijke strategie voor het beheer van gezondheidsrisico’s;

–        de versterking van de thuisopvang van ouderen en van personen met verlies van zelfredzaamheid;

–        de versterking van het aanbod van geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van de ambulante zorg;

–        steun voor de respijtzorg en voor de opvangcentra voor zwaar zorgbehoevende personen met een handicap.

De gewestregering heeft bovendien beslist:

  • een uitzonderlijke steun van 30 miljoen toe te kennen aan de OCMW’s voor 2020 en 2021 om hen te helpen de gevolgen van het coronavirus voor de inwoners van Brussel op te vangen. Een deel van deze bedragen is bestemd voor specifieke projecten die in overeenstemming met het gewest bepaald worden: voedselhulp, concrete acties tegen het verlies van huisvesting, enz.
  • een bijkomende groeinorm voor de uitgaven van Iriscare voor 2021 ten belope van 4 miljoen euro toe te kennen, waarvan een deel zal ingezet worden voor de ondersteuning van de rusthuizen door ‘rusthuisbedden’ om te vormen tot ‘RVT-bedden’, die extra begeleiding krijgen.

De gewestregering heeft dus op heden voor 2020 en 2021 meer dan 160 miljoen euro extra vrijgemaakt voor de essentiële ondersteuning van de welzijns- en gezondheidssector en voor preventiemaatregelen naar aanleiding van de COVID-19-crisis. Dit bedrag staat los van de middelen met het oog op de opwaardering van het personeel uit deze sectoren, die er bovenop komen.

Het ontwerp van begroting voor 2021 bevat daarenboven een uitzonderlijke begrotingsprovisie zodat de regering, zolang de gezondheidstoestand dit vereist, kan voldoen aan de uitzonderlijke noden van de welzijns- en gezondheidssectoren.

 

Specifieke aandacht voor daklozen

Sinds het begin van de legislatuur, zelfs voor de COVID-crisis, wordt specifieke aandacht geschonken aan daklozen. De kwetsbaarheid van deze personen wordt door de COVID-crisis des te schrijnend. Er werden bijgevolg belangrijke maatregelen genomen.

Eind 2019 was alvast een bijkomend budget van 14,8 miljoen euro voorzien om de sector voor daklozenhulp structureel te versterken en de ambitieuze doelstellingen van het regeerakkoord te vervullen: verhoging van het budget voor Housing first (verdubbeling tussen 2019 en 2020, tot op heden hebben 200 personen een woning gevonden via deze rechtstreekse begeleiding en tegen het einde van deze legislatuur is het de bedoeling 400 personen te helpen), versterking van de preventieve maatregelen tegen het verlies van huisvesting en uithuiszettingen, bijzondere aandacht voor vrouwen maar ook dakloze jongeren en minderjarigen en steun voor innovatieve projecten.

In het kader van de COVID-crisis werd in 2020 20 miljoen extra vrijgemaakt om de capaciteit in de dag- en nachtopvang van daklozen te vergroten zodat zij erin slagen om onder meer de lockdown en gezondheidsmaatregelen na te leven. Dit omvat een specifieke opvangcapaciteit voor personen die met COVID-19 besmet zijn om clusters in de leefgemeenschappen te voorkomen.

In het kader van het relanceplan werd bovendien 2,5 miljoen euro voor 2020 en 5,75 miljoen euro voor 2021 vrijgemaakt met het oog op de uitvoering van structurele herhuisvestings-oplossingen. Hierbij zullen vanaf 1/11/2020 gaandeweg 110 personen en gezinnen gehuisvest worden en aangepaste psychosociale begeleiding krijgen.

Ondanks het capaciteitsverlies omwille van de afstandsregels, zijn er nu 3.059 plaatsen in nachtopvang (noodopvang en opvangtehuizen). Een jaar geleden waren er 2.168 plaatsen. In vergelijking met een jaar geleden zijn er dus ruwweg 1.000 plaatsen bijgekomen.

Tegen ten laatste 1/12/2020 moeten 150 extra plaatsen voorzien worden in de jeugdherbergen en hotels. De opvangcapaciteit voor daklozen die met COVID-19 besmet zijn, wordt ook nog eens verhoogd van 100 naar 200 plaatsen. Ten slotte, zullen de dagopvangcentra versterkt worden en zullen twee extra locaties toegevoegd worden. De opvordering samen met verschillende gemeenten van hotelstructuren zal ook tot minstens 30/6/2021 worden verlengd.

Het gewest heeft nog nooit zoveel geïnvesteerd in daklozenhulp. Dit was alvast zo voor de initiële begroting 2020 maar is nu des te meer van toepassing. Naast de paradigmaverschuiving naar duurzame oplossingen om mensen van straat te halen, de capaciteit te verhogen, innoverende projecten uit te werken en hotels in te zetten, werd de kwaliteit van de opvang, met inbegrip van de vroegere “noodstructuren” sterk verbeterd: opvang 24 uur per dag en niet meer alleen ’s nachts (wat onder meer een meer kwalitatieve begeleiding mogelijk maakt), geleidelijke beëindiging van grote slaapzalen ten voordele van meer menselijke en kwalitatieve structuren, diversificatie van het publiek en aangepaste oplossingen (waaronder de aanpak voor het vrouwelijke publiek), enz.