Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich ambitieuze klimaatdoelstellingen gesteld, namelijk tegen 2030 zijn broeikasgasemissies met minstens 40% verminderen en tegen 2050 koolstofneutraliteit benaderen. Op initiatief van minister van Klimaattransitie en Participatieve Democratie Alain MARON zijn deze klimaatdoelstellingen in een ordonnantie gegoten, die tevens voorziet in de instelling van een nieuw klimaatbestuur. Klimaatbeleid kan immers niet langer sectoraal zijn. Het moet door iedereen worden gedragen, wil deze koolstofarme samenleving werkelijkheid worden. 

Daarom heeft de Brusselse regering op 4 maart in eerste lezing ingestemd met de oprichting van een comité van onafhankelijke wetenschappelijke deskundigen. Dat comité zal jaarlijks een multidisciplinair verslag opstellen om het democratische debat over de maatregelen die het Gewest met het oog op zijn klimaatdoelstellingen neemt, te voeden. Voor Alain MARON, minister van Klimaattransitie en Participatieve Democratie, “is de strijd tegen de opwarming van de aarde een collectieve strijd die grootschalige maatschappelijke veranderingen zal vergen. Het is van essentieel belang dat alle hervormingen die wij op gang brengen, de maatregelen die wij nemen om het klimaat te redden, het voorwerp uitmaken van een permanent democratisch debat, gevoed door onafhankelijke en multidisciplinaire wetenschappelijke inzichten. De oprichting van dit comité van klimaatdeskundigen is een belangrijke stap om het debat en de samenhang van al ons overheidsbeleid rond de klimaatuitdaging te versterken. Elk jaar zal het verslag van het comité in het Parlement worden besproken. Wij zullen ook het maatschappelijk middenveld en de burgers aanmoedigen dit verslag over te nemen.”

Concreet zal het comité bestaan uit zes tot acht deskundigen op het gebied van klimaatwetenschap en stedelijk beleid (economisch, sociaal, milieu, territoriaal, enz.). Om hun onafhankelijkheid te waarborgen, is in het besluit bepaald dat zij gedurende hun ambtstermijn geen, al dan niet bezoldigde, activiteit mogen uitoefenen binnen een ministerieel kabinet, een administratie of een instelling van openbaar nut die bevoegd is op het gebied van leefmilieu of energie.

Elk jaar zal het comité de uitvoering en de relevantie van het gewestelijke overheidsbeleid evalueren in het licht van de klimaatdoelstellingen en -principes die in de Klimaatordonnantie zijn vastgelegd (sociale rechtvaardigheid, burgerparticipatie, enz.). Dat jaarverslag zal een neutraal en objectief licht werpen op het Brusselse klimaattraject om de maatregelen van de regering in de richting van een koolstofarm gewest te sturen. Het zal worden voorgelegd aan het Parlement, de verschillende Brusselse adviesraden (Raad voor het Leefmilieu, Economische en Sociale Raad, enz.) en de burgers. Op die manier kan de Brusselse samenleving in alle openheid debatteren over het beleid dat door de volledige regering is en zal worden gevoerd om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Voor de uitvoering van zijn taken zal het comité beschikken over een eigen budget en een secretariaat dat zijn werk volledig onafhankelijk zal verrichten. Het zal een beroep kunnen doen op andere deskundigen, het advies van andere raden kunnen inwinnen of de medewerking van de Brusselse overheidsdiensten kunnen vragen, met name om gegevens te verkrijgen.

 

Meer info?

Simon Vandamme, woordvoerder van Alain MARON
+32 479 66 03 23